The Bible Software
bible.software › 2 Corinthiër › 2 Corinthiër 5 › 2 Corinthiër 5:19

2 Corinthiër 5:19

Want het was God, die door Christus de wereld met Zich verzoende en haar de overtredingen niet toerekende, en die òns de prediking der Verzoening heeft opgedragen.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

To wit, that God was in Christ, reconciling the world unto himself, not imputing their trespasses unto them; and hath committed unto us the word of reconciliation.

In Context

18Welnu, dit alles is uit God, die ons door Christus met Zich heeft verzoend, en die ons de bediening der Verzoening heeft toevertrouwd.

20In Christus’ naam treden we dus als gezanten op, alsof God zelf door ons vermaant. In Christus’ naam smeken we u: Verzoent u met God.

Read all of 2 Corinthiër 5

Cross References

Numbers 9:16Zo bleef het voortdurend: de wolk bedekte hem overdag, en een vuurgloed des nachts.

Isaiah 43:25Neen, Ik, Ikzelf delg uw misdaden uit, Uit eigen beweging gedenk Ik uw zonden niet meer!

Matthew 1:23“Zie, de maagd zal ontvangen, en een zoon baren; en men zal Hem Emmánuel noemen”; dat is vertaald: God met ons.

John 14:20Op die dag zult gij erkennen, dat Ik in mijn Vader ben, en gij in Mij, en Ik in u. —

Romans 3:24om niet worden ze gerechtvaardigd door zijn genade uit kracht der verlossing door Christus Jesus.

Romans 11:15Want zo hun verwerping de verzoening der wereld geweest is, wat zal dan hun weder-opneming anders zijn, dan een opstanding uit de doden?

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 2 Corinthiër 5:19

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 2 Corinthiër 5:182 Corinthiër 52 Corinthiër 5:20 →