2 Corinthiër 6:1
Als medearbeiders vermanen we u bovendien, om Gods genade niet vruchteloos te ontvangen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Matthew 23:37Jerusalem, Jerusalem, dat de profeten doodt, dat stenigt, die tot u zijn gezonden: hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels verzamelt; maar gij hebt niet gewild.
Romans 12:1Derhalve broeders, bezweer ik u bij de barmhartigheid Gods, uw lichamen aan te bieden als een levende offerande, heilig en welgevallig aan God; als een redelijke eredienst uwerzijds.
2 Corinthians 5:18Welnu, dit alles is uit God, die ons door Christus met Zich heeft verzoend, en die ons de bediening der Verzoening heeft toevertrouwd.
2 Corinthians 10:1Ik, Paulus zelf, die dichtbij zo schuchter jegens u ben, maar op een afstand heel dapper, ik vermaan u bij Christus’ zachtmoedigheid en gematigdheid;
Galatians 3:4Hebt gij dan dit alles beleefd zonder vrucht? En was het nog maar alleen zonder vrucht!
Titus 2:11Want Gods genade is verschenen, redding brengend aan alle mensen.