2 Corinthiër 6:16
En wat heeft een tempel Gods met afgoden uit te staan? Welnu, wij zijn een tempel van den levenden God! Daarom heeft God gesproken: “Ik zal onder hen wonen en wandelen, Ik zal hun God zijn, zij mijn volk.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
17Daarom dan, gaat van hen weg, Zondert u af, zegt de Heer. Raakt niets aan wat onrein is.
Cross References
Exodus 20:3gij zult geen andere goden naast Mij hebben.
Exodus 29:45Ik zal wonen te midden van Israëls kinderen en hun God zijn.
Leviticus 26:12en vertrouwelijk met u omgaan. Ik zal uw God, en gij zult mijn volk zijn.
Deuteronomy 5:7Gij zult geen andere goden hebben dan Mij.
Joshua 24:14Welnu, vreest dan Jahweh en dient Hem oprecht en getrouw; doet de goden weg, die uw vaderen aan de overkant der Rivier en in Egypte hebben gediend, en dient Jahweh.
1 Kings 18:21Nu verscheen Elias voor het verzamelde volk en sprak: Hoe lang blijft ge nog op twee gedachten hinken? Als Jahweh God is, dien Hem dan; is het Báal, dan moet ge Báal dienen. Het volk wist er niets op te antwoorden.