2 Johannes 1:11
want wie een groet tot hem richt, neemt deel aan zijn boze werken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
For he that biddeth him God speed is partaker of his evil deeds.
In Context
Cross References
Psalms 50:18Ziet gij een dief, gij loopt terstond met hem mee, En met echtbrekers gaat gij vriendschappelijk om.
1 Timothy 5:22Leg niemand overijld de handen op, en maak u niet schuldig aan vreemde zonden.