2 Koningen 7:12
Ofschoon het nog nacht was, stond de koning op, en zei tot zijn hovelingen: Ik zal u zeggen, wat de Arameën hebben gedaan. Ze weten, dat wij honger lijden; daarom zijn ze het kamp uitgegaan, en hebben zich in het veld verborgen. Ze denken: Nu komen ze zeker de stad uit, en kunnen wij ze levend grijpen en de stad binnentrekken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
11Toen maakten de poortwachters alarm, en gaven het bericht door aan het koninklijk paleis.
Cross References
Joshua 8:4met het bevel: Let op; ge moet u aan de westkant der stad in hinderlaag leggen, niet te ver van de stad, en u allen gereed houden.