bible.software › 2 Samuël › 2 Samuël 11 › 2 Samuël 11:7
2 Samuël 11:7
Toen Oerija bij hem gekomen was, vroeg David, hoe het ging met Joab en het volk en of de strijd voorspoedig verliep.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And when Uriah was come unto him, David demanded of him how Joab did, and how the people did, and how the war prospered.
In Context
6Daarom gaf David aan Joab het bevel: Stuur Oerija, den Chittiet, naar mij toe. En Joab stuurde Oeri-ja naar David.
8Daarna zeide hij tot Oerija: Ga maar naar huis, en was uw voeten. Zelfs werd Oeri-ja, toen hij het koninklijk paleis had verlaten, een ereschotel van den koning achterna gebracht.
Read all of 2 Samuël 11
Cross References
Genesis 29:6Hij vroeg hun: Gaat het hem goed? Ze zeiden: Uitstekend; zie, daar komt juist zijn dochter Rachel aan met de kudde.
Exodus 18:7Moses ging zijn schoonvader tegemoet, boog zich neer en kuste hem. En nadat zij elkander de vrede hadden toegewenst, gingen zij de tent binnen.
This Verse In Other Editions
Study 2 Samuël 11:7