bible.software › 2 Samuël › 2 Samuël 14 › 2 Samuël 14:10
2 Samuël 14:10
De koning antwoordde: Als iemand iets van u wil, moet ge hem maar naar mij toe sturen; dan zal hij het niet meer wagen, u lastig te vallen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the king said, Whosoever saith ought unto thee, bring him to me, and he shall not touch thee any more.
In Context
9Maar de vrouw uit Tekóa zeide tot den koning: Ja maar, mijn heer en koning, de bloedschuld komt op mij neer en op mijn familie; de koning en zijn troon hebben er geen hinder van.
11Toen zeide de vrouw: Laat de koning bij Jahweh, uw God, verzekeren, dat de bloedwreker geen kwaad zal stichten, en dat mijn zoon niet uit de weg wordt geruimd! En hij beloofde: Zowaar Jahweh leeft; geen haar van uw zoon zal gekrenkt worden.
Read all of 2 Samuël 14
This Verse In Other Editions
Study 2 Samuël 14:10