The Bible Software
bible.software › 2 Samuël › 2 Samuël 2 › 2 Samuël 2:4

2 Samuël 2:4

Toen kwamen de Judeërs, en zalfden David daar tot koning over het huis Juda. Toen David hoorde, dat de burgers van Jabesj in Gilad Saul begraven hadden,

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And the men of Judah came, and there they anointed David king over the house of Judah. And they told David, saying, That the men of Jabesh-gilead were they that buried Saul.

In Context

3Ook de manschappen, die hem gevolgd waren, liet David er heen trekken, ieder met zijn gezin; en zij vestigden zich in de verschillende wijken van Hebron.

5zond hij boden naar de burgers van Jabesj in Gilad en liet hun zeggen: Gezegend zijt gij door Jahweh, omdat gij uw heer Saul deze liefdedienst bewezen en hem begraven hebt.

Read all of 2 Samuël 2

Cross References

Genesis 49:8Juda, u prijzen uw broeders; Uw hand drukt op de nek van uw vijand, De zonen van uw vader buigen zich voor u neer!

1 Samuel 31:11Toen de bewoners van Jabesj in Gilad hoorden, wat de Filistijnen met Saul gedaan hadden,

2 Samuel 2:11De tijd, dat David te Hebron over het huis Juda regeerde, bedroeg zeven jaar en zes maanden.

2 Samuel 5:5Zeven jaar en zes maanden regeerde hij over Juda in Hebron, en drie en dertig jaar over heel Israël en Juda in Jerusalem.

2 Samuel 19:11Toen koning David van die stemming onder heel Israël hoorde, liet hij aan de priesters Sadok en Ebjatar weten: Gij moet tot de oudsten van Juda zeggen: Waarom zoudt gij de laatsten zijn, om den koning terug te halen naar zijn paleis?

2 Samuel 21:11Toen David vernam wat Rispa, de dochter van Ajja en bijvrouw van Saul, gedaan had,

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study 2 Samuël 2:4

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← 2 Samuël 2:32 Samuël 22 Samuël 2:5 →