2 Samuël 6:3
Nadat men de ark van God had uitgedragen uit het huis van Abinadab, dat op de heuvel lag, vervoerde men haar op een nieuwe wagen, die door Oezza en Achjo, de zonen van Abinadab, werd begeleid.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4Oezza ging naast de ark van God, Achjo ging voor de ark uit;
Cross References
Numbers 7:4sprak Jahweh tot Moses:
1 Samuel 6:7Maakt dus een nieuwe wagen, haalt twee zogende koeien, die nog geen juk gedragen hebben, spant de koeien voor de wagen, en laat haar jongen op stal.
Psalms 132:6Zie, wij hoorden, dat zij in Efráta was, Wij vonden haar weer in de velden van Jáar;