bible.software › 2 Samuël › 2 Samuël 9 › 2 Samuël 9:4
2 Samuël 9:4
Toen vroeg de koning: Waar woont hij? Siba antwoordde den koning: In het huis van Makir, den zoon van Ammiël, in Lo-Debar.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the king said unto him, Where is he? And Ziba said unto the king, Behold, he is in the house of Machir, the son of Ammiel, in Lo-debar.
In Context
3Toen zeide de koning: Is er nog niet iemand van de familie van Saul, aan wien ik Gods barmhartigheid zou kunnen bewijzen? Siba sprak tot den koning: Ja, er is nog een zoon van Jonatan; hij is aan beide benen lam.
5Daarop liet David hem uit Lo-Debar, uit het huis van Ammiël, ontbieden.
Read all of 2 Samuël 9
This Verse In Other Editions
Study 2 Samuël 9:4