2 Thessalonicenzen 1:3
Broeders, steeds moeten we, zoals het betaamt, dank brengen aan God over u, omdat uw geloof krachtig opbloeit, en de onderlinge liefde toeneemt bij ieder van u zonder uitzondering.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Genade en vrede zij u van God den Vader en van den Heer Jesus Christus.
Read all of 2 Thessalonicenzen 1
Cross References
Psalms 84:7Zo gaan ze steeds krachtiger voort, Totdat ze voor God op de Sion verschijnen.
Proverbs 4:18Maar de weg der deugdzamen is als het morgenlicht, Dat gaandeweg opklaart, tot het dag is geworden.
Luke 15:32Neen, feest en vreugde moet er zijn; want uw broer hier was dood, en is levend geworden, hij was verloren, en is teruggevonden.
John 15:2Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, snijdt Hij af; en elke rank die wèl vrucht draagt, zuivert Hij, opdat ze nog meer vrucht mag dragen.
1 Corinthians 1:4Ten allen tijde dank ik God om u voor Gods genade, die u gegeven is in Christus Jesus;
Philippians 1:7Want het is niet meer dan billijk, dat ik zó over u allen denk, daar ik u ronddraag in mijn hart, en daar gij allen deelgenoot aan mijn genade zijt, zowel in mijn boeien als in de verdediging en bevestiging van het Evangelie.