2 Timotheüs 2:16
Profane beuzelpraat moet ge vermijden; want zij, die er zich aan schuldig maken, vervallen tot steeds groter goddeloosheid,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But shun profane and vain babblings: for they will increase unto more ungodliness.
In Context
17en hun woord vreet voort als de kanker. Hiertoe behoren Humeneus en Filetus;
Cross References
Ezra 10:10De priester Esdras stond op, en sprak tot hen: Gij hebt gezondigd, door vreemde vrouwen te huwen, en de schuld van Israël nog te vergroten.
1 Corinthians 5:6Uw roemen staat u niet fraai! Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg geheel het deeg verzuurt?
2 Thessalonians 2:7Zeker, het mysterie der ongerechtigheid is reeds aan het werk; maar er is er nog een, die het tegenhoudt. Eerst als deze verdwenen zal zijn,
1 Timothy 6:20Timóteus, bewaar het toevertrouwde pand. Wend u af van de profane beuzelpraat, van de twistvragen der zogenaamde Kennis,
2 Timothy 3:13maar deugnieten en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen: anderen misleidend, blijven ze zelf in dwaling.
Titus 1:14en zich niet afgeven met joodse fabels en inzettingen van mensen, die de waarheid de rug toekeren.