2 Timotheüs 3:4
verraders, roekeloos, trots, met meer liefde voor genot dan voor God,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Traitors, heady, highminded, lovers of pleasures more than lovers of God;
In Context
3liefdeloos, trouweloos, kwaadsprekers, onmatig, verwilderd, van het goede vervreemd,
Cross References
Romans 11:20Heel goed; maar de takken zijn weggekapt om hun ongeloof, en gij zit vast door het geloof. -Koester geen hoge dunk van uzelf, maar vrees;
Philippians 3:18Want zoals ik het u zo vaak heb gezegd, en het ook thans onder tranen herhaal: Velen leven als vijanden van Christus’ Kruis;
1 Timothy 5:6als ze een dartel leven leidt, is ze levend dood.
2 Peter 2:10hen bovenal, die leven naar het vlees in onreine begeerten, en die de Heerschappij verachten. Vermetel en verwaand schromen ze niet, de Heerlijkheden te beschimpen.
Jude 1:8Zo bezoedelen ook deze dromers hun vlees; ze verachten de Heerschappij, en beschimpen de Heerlijkheden.