The Bible Software
bible.software › 2 Timotheüs › 2 Timotheüs 3 › 2 Timotheüs 3:6

2 Timotheüs 3:6

Want tot dit soort behoren zij, die de huizen binnensluipen, en vrouwtjes inpalmen, welke gedrukt gaan onder zonden en door allerlei lusten worden gedreven,

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

For of this sort are they which creep into houses, and lead captive silly women laden with sins, led away with divers lusts,

In Context

5mensen die de schijn van vroomheid bewaren, maar er de kracht van verwerpen. Ook dit slag moet ge vermijden.

7welke altijd door maar blijven leren en nooit tot de kennis der waarheid kunnen geraken.

Read all of 2 Timotheüs 3

Cross References

Psalms 38:4Want mijn misdaden stapelen zich op mijn hoofd, En drukken mij neer als een loodzware last.

Matthew 11:28Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u verkwikken.

Matthew 23:14Wee u, schriftgeleerden en farizeën; gij huichelaars, die het goed der weduwen verslindt onder het vertoon van lange gebeden. Daarom zult gij zo streng worden geoordeeld.

1 Corinthians 12:2gij weet het, toen gij heidenen waart, was het blindelings, dat gij naar de stomme afgoden werdt heengedreven.

Titus 1:11Ge moet hun de mond stoppen; anders zetten ze ganse gezinnen overhoop, door onbehoorlijke dingen te leren uit winstbejag.

2 Peter 2:18Want met hun ijdele grootspraak en losbandige vleselijke lusten verlokken ze hen, die zich ternauwernood van de dolende heidenen hebben afgewend.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study 2 Timotheüs 3:6

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← 2 Timotheüs 3:52 Timotheüs 32 Timotheüs 3:7 →