The Bible Software
bible.software › Handelingen › Handelingen 1 › Handelingen 1:25

Handelingen 1:25

om de plaats van dit ambt en apostolaat in te nemen, die Judas verbeurd heeft, om te gaan naar de plaats, die hem toekomt.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

That he may take part of this ministry and apostleship, from which Judas by transgression fell, that he might go to his own place.

In Context

24Men bad en zeide: Gij, Heer, die aller harten doorgrondt, wijs één van beiden aan: hem, dien Gij hebt uitverkoren,

26Toen liet men hen loten; het lot viel op Mattias, en hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.

Read all of Handelingen 1

Cross References

Psalms 109:7Voor het gerecht worde hij schuldig bevonden, En smeke hij tevergeefs om genade.

Matthew 25:46Dan zullen zij gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.

Matthew 27:3Toen zag Judas, die Hem verraden had, dat Hij veroordeeld was; hij kreeg spijt, bracht de dertig zilverlingen aan de opperpriesters en oudsten terug,

John 13:27En met het stuk brood voer de satan in hem. Jesus zei hem: Wat ge doet, doe dat spoedig.

Acts 1:16Mannen broeders; het Schrift woord moest worden vervuld, dat de Heilige Geest door Davids mond heeft gesproken, over Judas, den gids van hen, die Jesus gevangen hebben genomen.

1 Corinthians 9:2Zo ik in de opvatting van anderen geen Apostel ben, voor u ben ik het toch zeker wèl; gij zijt zelfs het zegel van mijn apostolaat in den Heer.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Handelingen 1:25

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Handelingen 1:24Handelingen 1Handelingen 1:26 →