The Bible Software
bible.software › Handelingen › Handelingen 11 › Handelingen 11:8

Handelingen 11:8

Maar ik zeide: Onmogelijk, Heer; want nog nooit is er iets mijn mond ingegaan, wat bezoedeld is, of onrein.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

But I said, Not so, Lord: for nothing common or unclean hath at any time entered into my mouth.

In Context

7Ook hoorde ik een stem, die tot mij sprak: Sta op, Petrus, slacht en eet.

9Een tweede maal weerklonk een stem uit de hemel: Wat God rein heeft verklaard, moogt gij niet bezoedeld noemen.

Read all of Handelingen 11

Cross References

Leviticus 11:47ter onderscheiding van onrein en rein, van dieren, die gegeten mogen worden, en dieren die ge niet moogt eten.

Hosea 9:3Ze zullen niet blijven in Jahweh’s land, Maar Efraïm moet terug naar Egypte.

Romans 14:14Ik weet, en ben er zeker van in den Heer Jesus, dat op zichzelf niets onrein is; maar voor hem die meent, dat het onrein is, is het onrein.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Handelingen 11:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Handelingen 11:7Handelingen 11Handelingen 11:9 →