Handelingen 26:29
En Paulus weer: Ik zou tot God willen bidden, dat nu of later gij niet alleen, maar allen, die mij heden aanhoren, mogen worden juist zoals ik, uitgezonderd deze boeien.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
28Agrippa zeide tot Paulus: Ge zoudt me haast overhalen, christen te worden.
30Nu stonden de koning, de landvoogd, Bernike, en allen die bij hen hadden gezeten, op,
Cross References
Numbers 11:29Maar Moses gaf hem ten antwoord: Zijt gij afgunstig om mijnentwille? O, mocht heel het volk van Jahweh profeet zijn, omdat Jahweh zijn geest op hen had gelegd!
2 Kings 5:3Ze zei tot haar meesteres: Was mijn meester maar eens bij den profeet in Samaria; die zou hem wel van zijn melaatsheid genezen.
Luke 19:41En toen Hij de stad naderde en haar zag, weende Hij over haar, en sprak:
Acts 12:6Toen nu Herodes hem vóór zou laten komen, sliep Petrus die nacht tussen twee soldaten; hij was met twee kettingen geboeid, en wachters voor de deur bewaakten de kerker.
Acts 25:14En daar ze er langere tijd vertoefden, legde Festus den koning de zaak van Paulus voor, en sprak: Hier is een man, dien Felix gevangen heeft achtergelaten,
Romans 10:1Broeders, de wens van mijn hart en mijn bede tot God zijn op hun redding gericht!