Amos 5:10
Haten, die in de poort berispt, Verfoeien, die de waarheid spreekt!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
They hate him that rebuketh in the gate, and they abhor him that speaketh uprightly.
In Context
9Hij is het, die de sterkte sloopt, En de vesting vernielt!
Cross References
1 Kings 18:17Zodra hij hem zag, riep hij hem toe: Zijt gij daar eindelijk, onheilstichter in Israël?
1 Kings 22:8De koning van Israël antwoordde: Er is nog één man, door wien wij Jahweh kunnen raadplegen. Maar ik heb een hekel aan hem; want hij voorspelt mij nooit iets goeds, altijd maar kwaad. Het is Mikájehoe, de zoon van Jimla. Maar Josafat zei: De koning moet zo iets niet zeggen.
2 Chronicles 24:21Maar zij spanden tegen hem samen, en stenigden hem op bevel des konings in de voorhof van de tempel van Jahweh.
2 Chronicles 36:16maar zij verachtten de gezanten van God, sloegen zijn waarschuwing in de wind en spotten met zijn profeten. Zo barstte eindelijk de toorn van Jahweh tegen zijn volk los, en er was geen verbidden meer aan.
Isaiah 29:21Die den rechter strikken leggen onder de poort, En de onschuldigen door leugen verdringen.
Jeremiah 20:7Jahweh, Gij hebt mij verlokt, en ik liet mij verlokken; Gij waart mij te sterk, Gij hebt overwonnen: De hele dag word ik uitgelachen, Iedereen hoont mij.