The Bible Software
bible.software › Colossenzen › Colossenzen 2 › Colossenzen 2:4

Colossenzen 2:4

Dit zeg ik, opdat niemand u door spitsvondigheden mag misleiden.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And this I say, lest any man should beguile you with enticing words.

In Context

3in wien alle schatten verborgen zijn van wijsheid en kennis.

5Want al ben ik naar het lichaam afwezig, in de geest ben ik bij u, en verheug ik me bij het zien van de goede orde onder u en van uw onwankelbaar geloof in Christus.

Read all of Colossenzen 2

Cross References

Matthew 24:24Want er zal menig valse-christus opstaan en tal van valse profeten. Ze zullen grote tekenen en wonderen verrichten, zodat, als het mogelijk was, ze zelfs de uitverkorenen zouden misleiden.

Acts 20:30en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan, die verkeerde dingen leren, om de leerlingen met zich mee te slepen.

1 Corinthians 2:4mijn spreken en preken steunden niet op overtuigende woorden van wijsheid, maar op de overtuiging des Geestes en der kracht,

2 Corinthians 11:11Waarom? Omdat ik u niet liefheb? Dat weet God.

Ephesians 4:14Dan zullen we geen onmondige kinderen meer zijn, die heen en weer worden geslingerd en voortgestuwd door elke windvlaag van lering, door het bedrog van de mensen, door sluwe verleiding tot dwaling.

Colossians 2:8Past op, dat niemand u meesleept door de wijsbegeerte of ijdele drogredenen, die op de overlevering der mensen zijn gegrond, of op de leerbeginselen der wereld, maar niet op Christus.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Colossenzen 2:4

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Colossenzen 2:3Colossenzen 2Colossenzen 2:5 →