Colossenzen 3:8
Maar thans moet ook gij dit alles afleggen: toorn, gramschap, boosheid, laster, oneerbare taal uit uw mond;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
7Zeker, dit alles hebt gij vroeger gedaan, toen gij daarin hebt geleefd.
9bedriegt elkander niet. Want gij hebt den ouden mens afgelegd met zijn practijken,
Cross References
Psalms 37:8Word niet toornig en maak u niet boos, Wind u niet op: gij maakt het maar erger;
Proverbs 19:19Een driftig mens zal moeten boeten; Wilt ge hem helpen, ge maakt het nog erger.
Matthew 5:22Maar Ik zeg u: Wie vertoornd is op zijn broeder, zal schuldig zijn voor het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Raka, zal schuldig zijn voor de Hoge Raad. En wie zegt: Dwaas, zal strafbaar zijn met het helse vuur.
Romans 13:13Laat ons dus onberispelijk leven, zoals we dit doen op klaarlichte dag; niet in brasserij en dronkenschap, niet in ontucht en losbandigheid, niet in twist en ijverzucht.
2 Corinthians 12:20Want ik vrees, dat ik bij mijn komst u misschien niet zó zal vinden, als ik gaarne zou wensen; en dat ikzelf niet door u zal bevonden worden, zoals gij het verlangt; dat er misschien twist zal bestaan, naijver, wrok, partijzucht, kwaadspreken, laster, verwaandheid, wanordelijkheid;
Galatians 5:20afgoderij en toverij; vijandschap, twist, afgunst, gramschap, partijzucht, verdeeldheid, scheuring,