Colossenzen 4:1
Gij meesters, geeft uw slaven wat recht is en billijk; want gij weet, dat ook gij een Meester hebt in de hemel.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Volhardt in het gebed, aandachtig en dankbaar!
Cross References
Leviticus 25:39Wanneer uw broeder, die bij u woont, zo is verarmd, dat hij zich als slaaf aan u heeft verkocht, moogt ge hem toch geen slavendienst laten verrichten,
Deuteronomy 15:13En wanneer ge hem vrijlaat, moogt ge hem niet met lege handen laten vertrekken.
Nehemiah 5:5Maar ons lijf is toch even goed als dat onzer broeders, onze kinderen zijn toch even goed als de hunnen. Toch moeten wij onze zonen en dochters als slaven verkopen, en zijn er al dochters van ons als slavinnen verkocht, zonder dat wij er iets aan kunnen doen; ook onze akkers en wijngaarden zijn in andere handen overgegaan.
Job 31:13Indien ik het recht van mijn slaaf heb verkracht, Of van mijn slavin, met mij in geschil:
Isaiah 58:3“Waarom ziet Gij niet, dat wij vasten; Weet Gij niet, dat we ons vernederen!” Ziet, op uw vastendag zoekt gij uw voordeel, En beult gij al uw arbeiders af.
Jeremiah 34:9Iedereen zou zijn hebreeuwse slaaf en slavin de vrijheid schenken, en geen joodsen broeder meer in slavendienst houden.