Deuteronomium 10:6
De Israëlieten trokken van Beërot-Bene-Jaäkan verder naar Mosera. Daar stierf Aäron en werd hij begraven; zijn zoon Elazar werd priester in zijn plaats.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
7Vandaar trokken zij verder naar Goedgóda, en van Goedgóda naar Jotbáta, een land met waterbeken.
Cross References
Numbers 10:6laat ge ze voor de tweede maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het zuiden zijn gelegerd; laat ge ze voor de derde maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het westen zijn gelegerd; en laat ge ze voor de vierde maal schetteren, dan moeten de kampen opbreken, die in het noorden zijn gelegerd. Het schetteren is dus een teken, om op te breken;
Numbers 20:23En op de berg Hor, aan de grens van het land van Edom, sprak Jahweh tot Moses en Aäron:
Numbers 33:1Dit zijn de halten van de Israëlieten, nadat zij onder leiding van Moses en Aäron met hun legerscharen uit Egypte waren opgetrokken.
Numbers 33:31Van Moserot trokken zij verder, en legerden zich te Bene-Jaäkan.