Deuteronomium 12:4
Zó moogt ge Jahweh, uw God, niet vereren,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Ye shall not do so unto the LORD your God.
In Context
Cross References
Leviticus 20:23Leeft niet naar de zeden van de volken, die Ik voor u zal verjagen. Want omdat zij dit alles hebben gedaan, heb Ik een afschuw van hen gekregen,
Deuteronomy 16:21Ge moogt geen gewijde bomen planten, van welke soort dan ook, naast het altaar van Jahweh, uw God, dat gij voor u zult bouwen,
Joshua 22:15Bij de Rubenieten, Gadieten en de halve stam van Manasse in het land Gilad aangekomen, zeiden ze tot hen: