bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 14 › Deuteronomium 14:28
Deuteronomium 14:28
Maar om de drie jaren moet ge alle tienden van uw opbrengst in dat jaar naar uw poorten brengen en ze daar laten liggen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
At the end of three years thou shalt bring forth all the tithe of thine increase the same year, and shalt lay it up within thy gates:
In Context
27Ook den leviet, die binnen uw poorten woont, moogt ge niet vergeten, omdat hij geen deel en geen erfbezit onder u heeft.
29Dan zullen de leviet, omdat hij geen deel en geen erfbezit onder u heeft gekregen, en de vreemdeling, de wees en de weduwe, die binnen uw poorten wonen, ze komen eten en zich verzadigen. Zo zal Jahweh, uw God, u zegenen bij alle arbeid, die gij verricht.
Read all of Deuteronomium 14
Cross References
Deuteronomy 26:12Wanneer gij in het derde jaar, het jaar van de tienden, de hele tiende van uw opbrengst hebt afgeleverd, en ze den leviet, den vreemdeling, den wees en de weduwe hebt gegeven, om ze in uw woonplaats te eten en zich te verzadigen,
This Verse In Other Editions
Study Deuteronomium 14:28