Deuteronomium 14:5
het hert, de gazel en het damhert, den steenbok, de antiloop, den wilden os en de klipgeit;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4De volgende dieren moogt ge dus eten: het rund, het schaap en de geit,
Cross References
Deuteronomy 12:15Overigens moogt ge slachten en vlees eten, zoveel ge wilt, en van de zegening genieten, die Jahweh, uw God, u binnen al uw poorten zal geven. De onreine zowel als de reine mag daarvan eten, zoals van gazel en van hert.
1 Kings 5:3Gij weet, dat mijn vader David voor de Naam van Jahweh, zijn God, geen tempel heeft kunnen bouwen wegens de oorlogen, waarmee men hem van alle kanten belaagde, totdat Jahweh zijn vijanden onder zijn voetzolen neerlegde.
Isaiah 51:20Uw zonen liggen beschonken op alle hoeken der straten, Als een gazel in de strik: Dronken van de gramschap van Jahweh, Van het dreigen van onzen God.