Deuteronomium 15:2
Dit is de wet omtrent de kwijtschelding: Iedere schuldeiser moet kwijtschelden, wat hij aan zijn naaste heeft geleend: hij mag zijn naaste en zijn broeder er niet lastig om vallen, omdat een kwijtschelding is afgekondigd ter ere van Jahweh.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
1Om de zeven jaren moet gij kwijtschelding verlenen.
Cross References
Nehemiah 5:10Ook ikzelf, mijn broers en mijn gevolg, hebben geld en koren aan hen geleend; maar wij zien af van die schuld.
Amos 8:4Hoort dit, gij die den arme vertrapt, Eenvoudige lieden verdrukt;
Matthew 6:14Want zo gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven.
Luke 6:34En als gij leent aan hen, van wie gij hoopt iets terug te krijgen, wat voor verdienste hebt gij dan wel? Ook de zondaars lenen aan zondaars, om evenveel terug te krijgen.
James 2:13Want onbarmhartig is het oordeel over hem, die geen barmhartigheid heeft getoond; maar de barmhartigheid neemt het tegen het oordeel op.