Deuteronomium 16:22
noch een wijsteen oprichten, want Jahweh, uw God, haat ze.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Neither shalt thou set thee up any image; which the LORD thy God hateth.
In Context
Cross References
Exodus 20:4Gij zult u geen godenbeeld maken noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden, of in het water onder de aarde is.
Leviticus 26:1Gij moogt u geen afgoden maken, geen afgodsbeelden of wijstenen oprichten, en geen gebeeldhouwde stenen in uw land opstellen, om die te aanbidden; want Ik ben Jahweh, uw God!
Deuteronomy 4:23Dan moet ge u er voor hoeden, het Verbond te vergeten, dat Jahweh, uw God, met u sloot, en afgoden te maken, onder welke gedaante dan ook, wat Jahweh, uw God, u verboden heeft.
Deuteronomy 12:31Neen, zo moogt ge Jahweh, uw God, niet vereren. Want al wat Jahweh verafschuwt en haat, hebben zij voor hun goden bedreven; zelfs hun zonen en dochters hebben zij voor hun goden in het vuur verbrand.
Jeremiah 44:4Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat heb Ik u al mijn dienaars, de profeten, gezonden, die u vermaanden: Bedrijft die gruwel toch niet, die Ik haat!
Revelation 2:6Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die ook Ik haat.