The Bible Software
bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 19 › Deuteronomium 19:14

Deuteronomium 19:14

Gij moogt in het erfdeel, dat gij in het land zult verkrijgen, dat Jahweh, uw God, u in bezit gaat geven, de grens van uw naaste, die de voorvaderen hebben vastgesteld, niet verleggen.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Thou shalt not remove thy neighbour’s landmark, which they of old time have set in thine inheritance, which thou shalt inherit in the land that the LORD thy God giveth thee to possess it.

In Context

13Ge moet geen medelijden met hem hebben, en geen onschuldig bloed op Israël laten rusten. Dan zal het u goed gaan.

15Welke misdaad of welke zonde iemand ook heeft misdreven, één getuige zal tegen hem niet gelden, maar de uitspraak moet op de verklaring van twee of drie getuigen berusten.

Read all of Deuteronomium 19

Cross References

Exodus 21:13Wanneer hij het niet met opzet deed, doch God zijn hand had laten gaan, dan zal Ik u een plaats aanwijzen, waar hij heen kan vluchten.

Deuteronomy 4:41Toen zonderde Moses in het oosten, in het Overjordaanse, drie steden af,

Job 24:2Waarom verzetten dan de bozen de grensstenen, En beroven zij kudde en herder?

Proverbs 23:10Verleg de grenzen van weduwen niet En raak niet aan de akker van wezen;

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Deuteronomium 19:14

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Deuteronomium 19:13Deuteronomium 19Deuteronomium 19:15 →