bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 2 › Deuteronomium 2:20
Deuteronomium 2:20
Ook dit rekende men tot het land der Refaïeten, daar er vroeger de Refaïeten hadden gewoond, die door de Ammonieten Zamzoemmieten werden genoemd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
(That also was accounted a land of giants: giants dwelt therein in old time; and the Ammonites call them Zamzummims;
In Context
19en komt in de buurt van de Ammonieten. Ook hen moogt ge niet bestrijden, en geen oorlog met hen beginnen; want Ik zal niets van het land der Ammonieten u in eigendom geven, daar Ik het aan de zonen van Lot als erfelijk bezit heb geschonken.
21Het was een volk groot, talrijk en machtig als de Anakskinderen. Maar Jahweh had het voor hen uitgeroeid, zodat zij het hadden verdreven, en daar in zijn plaats bleven wonen;
Read all of Deuteronomium 2
This Verse In Other Editions
Study Deuteronomium 2:20