Deuteronomium 26:5
Vervolgens moet gij voor het aanschijn van Jahweh, uw God, plechtig betuigen: Mijn vader was een ronddolend Arameër, die met slechts enkele mensen naar Egypte is afgezakt, maar terwijl hij daar als vreemdeling vertoefde, tot een groot, machtig en talrijk volk is aangegroeid.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4Dan zal de priester de korf aannemen, en voor het altaar van Jahweh, uw God, neerzetten.
6En toen de Egyptenaren ons mishandelden en verdrukten, ons onder zware arbeid gebukt deden gaan,
Cross References
Genesis 25:20Toen Isaäk veertig jaar oud was, huwde hij Rebekka, de dochter van Betoeël, den Arameër van Paddan-Aram, en zuster van den Arameër Laban.
Genesis 28:5Zo zond Isaäk Jakob heen, en deze ging naar Paddan-Aram naar Laban, den zoon van den Arameër Betoeël, en broer van Rebekka, de moeder van Jakob en Esau.
Genesis 31:24Maar die nacht verscheen God in een droom aan Laban, den Arameër, en sprak tot hem: Pas er voor op, Jakob ook maar iets te verwijten.
Genesis 43:1Maar de hongersnood bleef het land teisteren.
Genesis 45:7God heeft me voor u uitgezonden, om uw geslacht op aarde te behouden en uw eigen leven te redden.
Genesis 46:1Toen vertrok Israël met al de zijnen, en ging naar Beër-Sjéba. Daar droeg hij een offer op aan den God van zijn vader Isaäk.