Deuteronomium 28:36
Jahweh zal u en uw koning, dien gij over u aanstelt, naar een volk laten brengen, dat gij noch uw vaderen hebben gekend. Daar zult ge vreemde goden moeten dienen van hout en steen,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
37en een hoon, een schimp en een spot onder alle volken zijn, waar Jahweh u heenvoert.
Cross References
Deuteronomy 4:28Daar zult gij goden kunnen dienen, door mensenhanden gemaakt, hout en steen, die zien noch horen, eten noch ruiken.
1 Samuel 12:25Maar zo gij in de boosheid volhardt, dan gaat gij ten onder, gij zowel als uw koning!
2 Kings 17:6In het negende jaar van Hosjéa nam de koning van Assjoer Samaria in. De Israëlieten voerde hij in ballingschap naar Assjoer, en wees hun Chalach, met een gebied aan de Chabor, een kanaal in Gozar, en enige steden van Medië, tot woonplaats aan.
2 Kings 25:6Ze namen den koning gevangen, en brachten hem voor den koning van Babel te Ribla. Daar sprak deze het vonnis over hem uit.
2 Kings 25:21De koning van Babel liet ze te Ribla in de landstreek Chamat vermoorden. Juda werd uit zijn land in ballingschap weggevoerd.
2 Chronicles 36:6Nabukodonosor, de koning van Babel, rukte tegen hem op, en nam hem, met ijzeren ketenen geboeid, naar Babel mee.