Deuteronomium 28:6
Gezegend gij bij uw komen, gezegend ook bij uw gaan!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Blessed shalt thou be when thou comest in, and blessed shalt thou be when thou goest out.
In Context
Cross References
Numbers 22:12Maar God sprak tot Balaäm: Gij moogt niet met hen meegaan, en dat volk niet vervloeken; want het is gezegend.
Deuteronomy 31:2vervolgde hij tot hen: Ik ben nu honderd twintig jaar oud; ik heb geen kracht meer, om op te trekken en terug te keren, en Jahweh heeft mij gezegd: “Gij zult de Jordaan niet oversteken”.
2 Chronicles 1:10verleen mij nu ook wijsheid en kennis, opdat ik dit volk zal kunnen leiden. Hoe zou ik anders in staat zijn, dit machtig volk van U te besturen?