Deuteronomium 32:16
Zij prikkelden Hem met vreemde goden, Met hun gruwelen tartten zij Hem.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
They provoked him to jealousy with strange gods, with abominations provoked they him to anger.
In Context
Cross References
Leviticus 18:27Want al die gruwelen werden bedreven door die vóór u het land bewoonden, en het land is verpest geworden.
Deuteronomy 7:25Hun afgodsbeelden moet ge verbranden, het zilver en goud, dat hen bedekt, niet begeren en niet in bezit nemen, opdat het geen valstrik voor u wordt; want het is een afschuw voor Jahweh, uw God.
1 Kings 14:22Juda deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh; meer dan hun vaderen prikkelden zij zijn ijverzucht door de zonden, die zij bedreven;
2 Kings 17:17Hun zonen en dochters wierpen ze ten offer in het vuur, en lieten zich in met waarzeggerij en wichelarij. Zo gaven ze zich over aan al wat kwaad was in de ogen van Jahweh, om Hem te tarten.
2 Kings 23:13De offerhoogten op de zuidelijke top van de Olijfberg tegenover Jerusalem, die Salomon, de koning van Israël, voor Asjtarte, de gruwel der Sidoniërs, voor Kemosj, de gruwel van Moab, en voor Milkom, de schande der Ammonieten, had laten bouwen, werden door den koning verontreinigd.
Jeremiah 2:11Heeft ooit een volk zijn goden verruild; En dat zijn niet eens goden! Maar mijn volk heeft zijn Glorie verruild, Voor machteloze afgoden.