Deuteronomium 32:17
Zij offerden aan duivels, aan goden van niets, Goden, die zij nooit hadden gekend: Nieuwelingen, eerst onlangs gekomen, Voor wie uw vaderen nooit hadden gevreesd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
16Zij prikkelden Hem met vreemde goden, Met hun gruwelen tartten zij Hem.
18Maar de Rots, die u verwekte, hebt ge vergeten, Vergeten den God, die u baarde!
Cross References
Leviticus 17:7Ze mogen dus hun offers niet meer voor de bosgeesten slachten, die zij ontuchtig achterna lopen. Dit is voor hen een eeuwig geldende wet van geslacht tot geslacht.
Deuteronomy 28:64Jahweh zal u onder alle volken verstrooien van het ene uiteinde der aarde tot het andere, en ge zult daar vreemde goden moeten dienen van hout en steen, die gij noch uw vaderen hebben gekend.
Judges 5:8Omdat men zich nieuwe goden had gekozen, Was het brood uit de poorten verdwenen, Werd schild noch lans meer bespeurd Voor de veertig duizend in Israël.
Isaiah 44:8Neen, loochent het niet, Misleidt u niet! Heb Ik ze niet tevoren verkondigd, En ze u laten horen! Gij zijt mijn getuigen: Is er een god buiten Mij, Een rots soms, die Ik niet ken?
Jeremiah 19:4Want ze hebben Mij verlaten, deze plaats van Mij vervreemd, en daar wierook gebrand voor vreemde goden, die zijzelf, noch hun vaderen, noch Juda’s koningen hebben gekend. Zij hebben deze plaats met het bloed van onschuldigen gedrenkt,
1 Corinthians 10:19Wat wil ik hiermee zeggen? Dat het offervlees iets is, of dat een afgod iets is?