Deuteronomium 32:6
Durft gij Jahweh zó vergelden, Gij dwaas en onverstandig volk? Is Hij niet uw vader, die u geschapen, Die u gemaakt heeft, en u heeft gegrond?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
5Maar zijn ontaarde zonen stonden tegen Hem op, Dat vals en bedorven geslacht!
Cross References
Exodus 15:16Bevangen door angst en ontzetting; Voor uw geweldige kracht Worden ze stom als een steen, Terwijl uw volk, o Jahweh, zijn doortocht voltooit, Het volk, dat Gij U hebt verworven, is overgestoken.
Deuteronomy 14:1Gij zijt kinderen van Jahweh, uw God! Gij moogt u daarom om een dode niet kerven en u aan uw voorhoofd niet kaal scheren:
Deuteronomy 32:18Maar de Rots, die u verwekte, hebt ge vergeten, Vergeten den God, die u baarde!
Psalms 74:2Gedenk toch uw volk, dat Gij U eens hebt verworven, De stam, die Gij hebt verlost als uw erfdeel, De Sionsberg, Die Gij U tot woonplaats verkoost!
Psalms 95:6Komt, buigen en werpen wij ons neer, Knielen wij voor Jahweh, die ons heeft geschapen;
Psalms 116:12Hoe zal ik Jahweh kunnen vergelden Al het goede, dat Hij mij deed?