Deuteronomium 32:8
Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfdeel gaf, En de kinderen der mensen scheidde, Toen stelde Hij de grenzen der volken vast, Naar het aantal der zonen Gods;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
9Maar het deel van Jahweh was zijn volk, Jakob was zijn erfdeel,
Cross References
Genesis 10:15Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet;
Genesis 11:8Zo verstrooide Jahweh hen over de hele aarde, en staakten zij de bouw der stad.
Numbers 24:16Godsspraak van een, die Gods woorden hoort, En de gedachte van den Allerhoogste kent; Die gezichten van den Almachtige schouwt, En neerzinkt met ontsluierde blik!
Job 15:19Aan wie alleen het land was geschonken, En bij wie nog geen vreemde was binnengedrongen
Psalms 50:14Neen, breng als uw offer een loflied aan God, Onderhoud uw geloften, den Allerhoogste gebracht,
Psalms 91:1Wie onder de hoede van den Allerhoogste verblijft, En in de schaduw van den Almachtige woont,