The Bible Software
bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 33 › Deuteronomium 33:20

Deuteronomium 33:20

Over Gad sprak hij: Gezegend Hij, die Gad ruimte verschaft, Zodat hij zich neervlijt als een leeuwin, En arm en schedel verscheurt,

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

And of Gad he said, Blessed be he that enlargeth Gad: he dwelleth as a lion, and teareth the arm with the crown of the head.

In Context

19Volken nodigen zij uit op de berg, Om daar gerechte offers te brengen; Want de overvloed der zeeën zuigen zij in, Met de verborgen schatten van het strand.

21Maar voor zich het beste deel behoudt, Want een vorstelijk deel lag daar bewaard. Hij kwam met de hoofden van het volk Voltrok de gerechtigheid van Jahweh En zijn gerichten met Israël samen.

Read all of Deuteronomium 33

Cross References

Genesis 9:26Hij sprak: Gezegend zij Jahweh, de God van Sem, Kanaän zij hem tot slaaf.

Joshua 13:8De andere halve stam van Manasse ontving met de Rubenieten en Gadieten hun erfdeel, dat Moses hun oostelijk van de Jordaan had geschonken. Zo had Moses, de dienaar van Jahweh, het hun gegeven:

Joshua 13:24Ook aan de families van de stam der Gadieten had Moses haar deel toegewezen.

1 Chronicles 5:18De Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse waren dappere mannen. Ze telden niet minder dan vier en veertig duizend zevenhonderd zestig krijgers, gewapend met schild en zwaard, in staat de boog te hanteren, en gehard in de strijd.

1 Chronicles 12:9ézer, de aanvoerder; Obadja, de tweede; Eliab, de derde;

Psalms 18:19Hij beveiligde mij, En bracht mij redding, omdat Hij mij liefhad.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Deuteronomium 33:20

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Deuteronomium 33:19Deuteronomium 33Deuteronomium 33:21 →