Deuteronomium 33:7
Over Juda sprak hij aldus: Hoor Jahweh het smeken van Juda, En verenig hem met zijn volk, Strijd voor hem met eigen hand, En help hem tegen zijn vijand.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6Moge Ruben leven en niet sterven, Al telt hij slechts weinig mannen.
Cross References
Joshua 15:20Dit was het erfdeel der families van de stam der Judeërs.
2 Samuel 3:1Het werd een langdurige oorlog tussen de familie van Saul en de familie van David. Maar terwijl David steeds machtiger werd, verzwakte de familie van Saul hoe langer hoe meer.
2 Samuel 5:19vroeg David aan Jahweh: Moet ik oprukken tegen de Filistijnen; zult Gij ze aan mij overleveren? Jahweh antwoordde David: Trek op; want Ik lever de Filistijnen aan u over.
2 Samuel 7:9en Ik was met u op al uw tochten, en heb al uw vijanden voor u verdelgd. Welnu, Ik zal u een naam schenken zo groot, als slechts de grootsten der aarde bezitten;
2 Chronicles 17:12Zo werd Josafat voortdurend machtiger. Hij bouwde in Juda burchten en opslagplaatsen;
Psalms 20:2Uit het heiligdom u hulp verlenen, En uit Sion u bijstaan.