Deuteronomium 4:16
misdadig een beeld van een afgod te maken, onder welke gedaante dan ook: in de vorm van een man of een vrouw,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
17in de vorm van een of ander beest op aarde, in de vorm van gevleugelde dieren in de lucht,
Cross References
Exodus 20:4Gij zult u geen godenbeeld maken noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden, of in het water onder de aarde is.
Leviticus 19:4Gij moogt u niet tot de afgoden wenden en u geen gegoten goden maken. Ik ben Jahweh, uw God!
Deuteronomy 4:23Dan moet ge u er voor hoeden, het Verbond te vergeten, dat Jahweh, uw God, met u sloot, en afgoden te maken, onder welke gedaante dan ook, wat Jahweh, uw God, u verboden heeft.
Deuteronomy 5:8Gij zult u geen afgodsbeeld maken, geen gestalte van iets aan de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water, dat onder de aarde is.
Deuteronomy 27:15Vervloekt de man, die een gesneden of gegoten beeld, zo’n gruwel voor Jahweh, zo’n kunstenaarsmaaksel, vervaardigt, en het heimelijk opstelt. En heel het volk zal antwoorden en zeggen: Amen!
Isaiah 40:18Met wien dan zoudt ge God vergelijken, Welk beeld in zijn plaats willen stellen?