bible.software › Deuteronomium › Deuteronomium 9 › Deuteronomium 9:20
Deuteronomium 9:20
Ook op Aäron was Jahweh zo hevig vergramd, dat Hij ook hem wilde verdelgen; daarom bad ik toen ook voor Aäron.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And the LORD was very angry with Aaron to have destroyed him: and I prayed for Aaron also the same time.
In Context
19Want ik was bang voor de toorn en de gramschap van Jahweh, die zo hevig op u was verbolgen, dat Hij u wilde verdelgen. En ook ditmaal verhoorde mij Jahweh.
21Het kalf, dat ge gemaakt hadt, en waarmee ge hadt gezondigd, nam ik weg, en verbrandde het in het vuur; ik sloeg het aan stukken en stampte het fijn, tot het tot stof was vergruizeld; toen wierp ik het stof in de beek, die van de berg stroomt.
Read all of Deuteronomium 9
Cross References
Exodus 32:2Aäron gaf hun ten antwoord: Haalt de gouden ringen uit de oren van uw vrouwen, zonen en dochters, en brengt die bij mij.
Exodus 32:35Zo kastijdde Jahweh het volk, omdat zij Aäron het kalf hadden laten maken.
This Verse In Other Editions
Study Deuteronomium 9:20