Prediker 1:2
Ijdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker, Ijdelheid der ijdelheden; alles is ijdel!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Vanity of vanities, saith the Preacher, vanity of vanities; all is vanity.
In Context
1De woorden van den Prediker, den zoon van David, koning in Jerusalem.
3Wat voor nut heeft de mens van al het zwoegen, Dat hij doet onder de zon?
Cross References
Psalms 39:5Zie, Gij hebt mijn dagen een paar handbreedten lengte gegeven, En de duur van mijn leven is voor U als niets;
Psalms 144:4De mens lijkt enkel een zucht, Zijn dagen een vluchtige schaduw.
Ecclesiastes 2:11Want toen ik al het werk van mijn handen beschouwde, En al het zwoegen, dat ik met moeite volbracht had, Zag ik, hoe het alles ijdelheid was en jagen naar wind; Men heeft er geen blijvend gewin van onder de zon.
Ecclesiastes 2:17Daarom kreeg ik een afkeer van het leven; Ja, al wat er verricht wordt onder de zon, begon mij te walgen; Want het is allemaal ijdel en jagen naar wind.
Ecclesiastes 2:21Want wie met wijsheid, verstand en beleid heeft gewerkt, Moet het achterlaten aan hem, die er geen moeite voor deed. Ook dat is ijdelheid en een grote ramp.
Ecclesiastes 2:26Want aan den mens, die Hem welgevallig is, Schenkt Hij wijsheid, kennis en vreugde; Maar den zondaar laat Hij moeizaam vergaren en ophopen, Om het te geven aan hem, die aan Gods oog behaagt. Ook dat is ijdelheid en jagen naar wind!