Prediker 10:8
Wie een kuil graaft, valt er zelf in; Wie een muur doorbreekt, wordt door een slang gebeten.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He that diggeth a pit shall fall into it; and whoso breaketh an hedge, a serpent shall bite him.
In Context
7Dienstknechten zag ik te paard, En prinsen gingen als slaven te voet.
9Wie stenen draagt, bezeert zich er aan; Wie hout klooft, loopt gevaar, zich te wonden.
Cross References
Judges 9:53toen een vrouw een molensteen op Abiméleks hoofd gooide, die hem de schedel verbrijzelde.
2 Samuel 18:15stormden tien knapen, die de wapens van Joab droegen, van alle kanten op Absalom los, en sloegen hem dood.
Psalms 7:15Die een put graaft en uitdiept, Valt in de kuil, die hij delft.
Psalms 9:15De heidenen zinken weg in de kuil, die ze groeven, Hun voet is gevangen in het net, dat ze spanden;
Amos 5:19Zoals iemand, die vlucht voor een leeuw, En aangevallen wordt door een beer; Of die zijn huis binnengaat, met de hand aan de muur leunt, En door een slang wordt gebeten!