The Bible Software
bible.software › Prediker › Prediker 10 › Prediker 10:8

Prediker 10:8

Wie een kuil graaft, valt er zelf in; Wie een muur doorbreekt, wordt door een slang gebeten.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

He that diggeth a pit shall fall into it; and whoso breaketh an hedge, a serpent shall bite him.

In Context

7Dienstknechten zag ik te paard, En prinsen gingen als slaven te voet.

9Wie stenen draagt, bezeert zich er aan; Wie hout klooft, loopt gevaar, zich te wonden.

Read all of Prediker 10

Cross References

Judges 9:53toen een vrouw een molensteen op Abiméleks hoofd gooide, die hem de schedel verbrijzelde.

2 Samuel 18:15stormden tien knapen, die de wapens van Joab droegen, van alle kanten op Absalom los, en sloegen hem dood.

Psalms 7:15Die een put graaft en uitdiept, Valt in de kuil, die hij delft.

Psalms 9:15De heidenen zinken weg in de kuil, die ze groeven, Hun voet is gevangen in het net, dat ze spanden;

Amos 5:19Zoals iemand, die vlucht voor een leeuw, En aangevallen wordt door een beer; Of die zijn huis binnengaat, met de hand aan de muur leunt, En door een slang wordt gebeten!

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Prediker 10:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Prediker 10:7Prediker 10Prediker 10:9 →