Prediker 2:7
Ik kocht slaven en slavinnen, En lijfeigenen behoorden mij toe. Ook bezat ik veel meer runderen en schapen, Dan allen, die vóór mij in Jerusalem waren.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6Ik liet mij watervijvers graven, Om er een woud van jonge bomen mee te besproeien.
Cross References
Genesis 13:2Abram was zeer rijk aan vee, aan zilver en goud.
Genesis 15:3En Abram ging voort: Zie, Gij hebt mij geen nazaat gegeven, en een mijner onderhorigen zal mijn erfgenaam zijn.
1 Kings 4:23tien vetgemeste en twintig gewone runderen en honderd schapen, behalve de reeën, gazellen, herten en het gemeste pluimvee.
2 Kings 3:4Mesja, de koning van Moab, die een herdersvorst was, moest aan den koning van Israël als schatting jaarlijks honderdduizend lammeren en de wol van honderdduizend schapen betalen.
1 Chronicles 27:31voor de schapen Jaziz van de stam Hagri. Al dezen beheerden de bezittingen van koning David.
2 Chronicles 32:27Daar Ezekias grote rijkdom en luister bezat, richtte hij schatkamers in voor het zilver en goud, de edelstenen en reukwerken, de schilden en allerlei andere kostbare voorwerpen;