Prediker 3:4
Een tijd van schreien, en een tijd van lachen; Een tijd van rouwen, en een tijd van dansen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
A time to weep, and a time to laugh; a time to mourn, and a time to dance;
In Context
3Een tijd van moorden, en een tijd van genezen; Een tijd van afbreken, en een tijd van opbouwen;
Cross References
Genesis 21:6Sara zeide: God heeft mij reden tot lachen gegeven; en ook iedereen, die het hoort, zal lachen.
2 Samuel 6:16Toen de ark van Jahweh in de Davidstad aankwam, gluurde Mikal, de dochter van Saul, door het venster. Zij zag koning David springend en dansend voor Jahweh uitgaan, en verachtte hem in haar hart.
Nehemiah 9:1Maar op de vier en twintigste van dezelfde maand kwamen de kinderen Israëls bijeen, om in zak en as te vasten.
Psalms 126:1Een bedevaartslied. Toen Jahweh Sion uit de ballingschap bracht, Was het ons als een droom;
Ecclesiastes 7:14Als het dus goed gaat, wees dan blij; Gaat het slecht, wil dan bedenken: Zowel het een als het ander heeft God gemaakt, Opdat de mens niet op de toekomst rekent.
Isaiah 40:1Troost, troost toch mijn volk, Zegt uw God;