Efeziërs 6:9
En gij meesters, behandelt hen op dezelfde wijze, en laat het dreigen achterwege. Want gij weet, dat hùn en ùw meester in de hemel is, en dat bij Hem geen aanzien van personen bestaat.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
10Ten slotte! Weest sterk in den Heer en in zijn sterke kracht!
Cross References
Leviticus 19:13Ge zult uw naaste niet afzetten of beroven. Ge zult het loon van den dagloner niet tot de volgende morgen bij u houden.
Deuteronomy 10:17Want Jahweh, uw God, is de God der goden en de Heer der heren: de grote, sterke en ontzagwekkende God, die geen aanzien des persoons kent, en geen geschenken aanvaardt.
Deuteronomy 24:14Gij moogt een armen en behoeftigen dagloner, uw broeder zowel als een vreemde, die in uw land binnen uw poorten woont, niet te kort doen.
Nehemiah 5:5Maar ons lijf is toch even goed als dat onzer broeders, onze kinderen zijn toch even goed als de hunnen. Toch moeten wij onze zonen en dochters als slaven verkopen, en zijn er al dochters van ons als slavinnen verkocht, zonder dat wij er iets aan kunnen doen; ook onze akkers en wijngaarden zijn in andere handen overgegaan.
Job 24:10Naakt lopen ze rond, ongekleed, Zelf hongerig, moeten ze schoven torsen;
Psalms 140:12Ik weet, dat Jahweh den ongelukkige recht zal verschaffen, En gerechtigheid aan de armen;