Exodus 12:39
Van het deeg, dat zij uit Egypte hadden meegenomen, moesten zij ongedesemde broden bakken; want ze hadden geen gedesemd deeg, daar de Egyptenaren hen hadden verjaagd, zonder hun de tijd te laten, om voedsel voor de reis te bereiden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
38maar ook een menigte vreemden trok met hen mee, behalve nog de talloze kudden schapen en runderen.
40Het verblijf van de Israëlieten in Egypte had vier honderd dertig jaren geduurd.
Cross References
Exodus 11:1Jahweh had tot Moses gezegd: Nog één plaag zal Ik over Farao en over Egypte brengen; dan zal hij u van hier laten gaan. En wanneer hij u eindelijk laat vertrekken, zal hij u zelfs met geweld verdrijven.