Exodus 20:17
Gij zult het huis van uw naaste niet begeren. Gij zult de vrouw van uw naaste niet begeren, noch zijn slaaf of slavin, zijn rund of zijn ezel, noch iets van wat uw naaste behoort.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
16Gij zult tegen uw naaste geen valse getuigenis afleggen.
Cross References
Genesis 3:6Ook had de vrouw al bemerkt, hoe goed die boom was om van te eten; hoe hij een lust was voor de ogen, en hoe verleidelijk, wanneer men inzicht wil verkrijgen. Ze plukte dus van zijn vrucht en at; ze gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at er van.
Genesis 34:23Dan zal hun bezit, hun have en al hun vee ons eigendom worden. We hoeven slechts op hun voorstel in te gaan, dan blijven ze bij ons.
1 Samuel 15:19Waarom hebt ge dan niet geluisterd naar het bevel van Jahweh, maar hebt ge u op de buit gestort, en kwaad gedaan in de ogen van Jahweh?
Job 31:1Toch had ik een verbond met mijn ogen gesloten, Om niet te kijken naar een maagd.
Psalms 10:3Zie, de goddeloze pocht op zijn lusten, De woekeraar prijst zich gelukkig,
Proverbs 4:23Bewaak dus uw hart met de uiterste zorg, Want daar ligt de oorsprong des levens.