Exodus 22:21
Den vreemdeling moogt ge niet verdrukken en kwellen; want zelf zijt ge vreemdelingen geweest in het land van Egypte.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Thou shalt neither vex a stranger, nor oppress him: for ye were strangers in the land of Egypt.
In Context
20Iedereen die aan goden offert, behalve aan Jahweh alleen, zal met de banvloek worden geslagen.
22Weduwen en wezen zult ge nimmer verdrukken.
Cross References
Exodus 20:2Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid;
Leviticus 19:33Wanneer een vreemdeling bij u in het land woont, moogt ge hem niet verdrukken.
Deuteronomy 10:18Hij verschaft recht aan wees en weduwe, Hij bemint den vreemdeling, zodat Hij hem voedsel en kleding verschaft.
Deuteronomy 15:15Denk er aan, dat gij slaaf zijt geweest in het land van Egypte, en dat Jahweh, uw God, u bevrijd heeft; daarom geef ik u thans dit gebod.
Deuteronomy 24:17Gij moogt het recht van den vreemdeling en van den wees niet verkrachten, en geen beslag leggen op het kleed van een weduwe.
Psalms 146:9Jahweh draagt zorg voor de zwervers. Hij is een steun voor weduwen en wezen, Maar de bozen richt Hij te gronde: