Exodus 26:7
Daarna moet gij ook banen van geitenhaar vervaardigen voor een tent over de tabernakel. Elf van zulke banen moet ge maken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8Elke baan moet dertig el lang en vier el breed zijn; alle elf dus van dezelfde afmetingen.
Cross References
Exodus 26:1Daarna moet ge de tabernakel vervaardigen uit tien banen van getwijnd lijnwaad, van violet, purper en karmozijn, met cherubs versierd.
Exodus 26:12Het gedeelte van de tentbanen, dat in de breedte nog overschiet, moet ge voor de helft over de achterkant van de tabernakel laten afhangen;
Exodus 35:6violet, purper en karmozijn, getwijnd lijnwaad en geitenhaar;
Exodus 35:26en alle vrouwen, die door haar vaardigheid er lust in vonden, sponnen het geitenhaar.
Numbers 4:25Zij moeten de tentdoeken van de tabernakel dragen, de openbaringstent, haar dekkleden, de bedekking van gelooide huiden, die daaroverheen ligt, het tapijt voor de ingang van de openbaringstent,
Psalms 45:13Enkel lieftalligheid ligt op het gelaat der koninklijke Dochter, Met goud doorweven is haar ornaat;