Exodus 28:17
Ge moet haar met vier rijen edelstenen bezetten: op de eerste rij een robijn, een topaas en een smaragd;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
16Ze moet vierkant zijn en dubbel gevouwen, een span lang en een span breed.
18op de tweede rij een karbonkel, een saffier en een sardonix;
Cross References
Exodus 28:11Als graveerwerk, dat men in zegelstenen snijdt, moet ge de namen van Israëls zonen in de beide stenen griffen en ze dan in gouden zettingen vatten.
Job 28:18Paarlen en kristal zijn naast haar niet in tel, Het vinden der wijsheid gaat dat van koralen te boven;
Proverbs 3:15Zij is meer waard dan juwelen; Geen van uw kostbaarheden komt haar nabij!
Proverbs 20:15Er is goud, er zijn veel juwelen, Maar het kostbaarst bezit zijn verstandige lippen.
Isaiah 54:11Gij arme, gejaagde en troosteloze, Zie, uw grondvesten leg Ik met jaspis, Uw fundament met saffieren;
Ezekiel 28:13Gij bevondt u in Eden, de godentuin; Uw gewaad was met allerlei kostbare stenen bezet. Robijn, topaas, jaspis, chrysoliet, Onyx, jaspis, saffier, karbonkel, In goud gevat en gekast, Werden u opgezet op de dag uwer schepping.